Weet je Boom,

 

wat schaars wordt

stijgt, als was het bij toverslag

meteen in waarde.

Nu eens geen appel voor de dorst

maar –puur- ter overleving,

hier, op onze aarde.

 

Wij putten allen

uit eenzelfde bron,

verbonden door en met elkaar,

jij en wij, wisselstation,

als een heuse onderneming

produceer jij onze levenswaar.

 

Eens mocht ik een stukje –jij-

door een microscoop bekijken,

jouw structuur, als kant zo fijn.

Als elk van ons

dat dagelijks zou aanschouwen

wat zouden we dan zuinig zijn,

 

op jou, op onze bossen,

onze parken,

levensaders, ons bestaan.

 

Dat zolang je leven duurt

je met je wortels diep en wijd,

je kroon hoog opgeheven

 

tevreden in ons park mag staan.

 

 

Joke van der Ark

Nr. 327 – november 1997