Doe mij maar zalm

Hoe breng je een twaalfjarige aan z’n verstand dat ook al zou je het kunnen betalen, het niet altijd het duurste kan zijn.

In september had zoonlief al nieuwe kleren gekregen maar met schoenen en iets netjes wilde ik nog even wachten in verband met onze 25ste huwelijksverjaardag in november. Ik was van plan meteen voor mezelf te kijken dus togen we op een woensdagmiddag samen naar de stad. Kiezen mag, in het redelijke had ik hem van te voren gezegd, en niet boven een van te voren afgesproken prijs.
Ik probeerde nog voorzichtig of hij niet een keer gewone schoenen wilde. “Van die stijve tutschoenen! néé…!” daar hoefde ik niet aan te denken. Nee, sportschoenen moesten het worden en het liefst van dat bepaalde merk.
Vorige keer hadden we geluk, schoenen naar zijn zin en afgeprijsd. Deze keer lukte dat echter niet. Nadat we in verschillende sportzaken rondgekeken hadden, stonden we als kemphanen tegenover elkaar, meewarig bekeken door het verkopend personeel. Ik was het allang meer dan zat. Op weg naar de auto die geparkeerd stond in de garage van De Bijenkorf, vond ik voor mezelf een feestelijke jurk.
Mijn zoon die intussen op de speelgoedafdeling wat rondgekeken had vroeg, met een beetje achterdocht in zijn stem, wat ik ervoor betaald had. Ik vertelde hem, dat ook ik niet boven mijn budget gegaan was.
Om de middag nog een beetje goed te maken, vroeg ik of we nog even iets zouden gaan drinken. “Oké”
We keken op de kaart en de serveerster kwam langs om de bestelling op te nemen. Ik had al gevraagd wat hij wou drinken dus gaf ik dat door. “Wil je ook iets eten?” vroeg ik. “Doe mij maar zalm,” het duurste gerechtje op de kaart en voor dat moment en die gelegenheid ver boven de begroting. Op mijn uitleg dat, dat niet de bedoeling was zei hij: “Dan hoef ik niks.”
Niks is het geworden.

Een week later waren we tot beider tevredenheid in de buurt geslaagd.
Zijn favoriete merk, en… afgeprijsd!
Keer op keer legde hij zijn toch al grote voeten vol trots op tafel.
“Mooie schoenen hè mam!” “Prachtig,” zei ik dan.
Over een half jaar zouden we het opnieuw beleven, want merk of niet, binnen die tijd zijn ze versleten.



Joke van der Ark