Die ene keer

Slechts één keer eerder heb ik in eigen land de maan zo mooi en groot gezien. Het was avond en het vroor. Ik was op weg naar huis en moest steeds weer naar haar kijken. Laag en loom hing zij over de stad. Zou ik haar kant op gefietst zijn, dan had ik haar wellicht zomaar aan kunnen raken, zo dichtbij leek ze te zijn.
Hier dacht ik aan terug toen ik zo’n zelfde maan op een zondag van het net begonnen jaar 2016 in een documentaire op de televisie zag. Regisseur Micaela van Rijckevorsel ging daarin op zoek naar de parallellen tussen Vincent van Gogh en Edvard Munch. Daar was ze weer, die grote mooie maan van toen. Maar wat er extra bijkwam was het oplichtende pad dat door haar schijnsel zichtbaar op het water lag, waarover ik in gedachten zomaar naar haar toe zou kunnen lopen. Die schoonheid is waarschijnlijk de reden dat Munch dat prachtige beeld op het doek heeft vastgelegd, net als Vincent zijn sterrennacht. Zoals de kleuren van het warme zuiden een inspiratiebron voor Vincent waren, zo waren de maanverlichte avonden in het koele noorden dat voor Much.
Gelukkig dat zij beiden ook uit het mooie geput hebben voor hun werk en ze niet alleen de somberheid van het leven, ook parallellen in hun werk, op het doek hebben vastgelegd.
Maar hoe fijn het ook is dat we hun beider schilderijen nu nog steeds kunnen bekijken, voor mij gaat er niets boven de ervaring van het zien in het echt van die mooie grote, haast aan te raken maan.


Joke van der Ark
7 januari 2016