Dromen dromen


Ik droomde dat je thuis was lief

je kwam licht uit de tuin, ik sliep,

ik hoorde vogels, rook seringen,

jij draaide aan de knop van de radio

die aan mijn hoofdeind stond.

Uit elk station kwamen verwonderlijk

belangwekkende fragmenten.

Ik droomde ook dat ik gedroomd had

dat ik in de keuken stond

en dat het aanrecht in stukken brak –

marmeren brokken. Ik nam in elke hand

een scherf want dacht ik, misschien

is dit een droom, en bracht mijn handen

langzaam bij elkaar, om het marmer

te horen ketsen, maar het ketste niet.

Ik vond het prettig dat je thuis was;

kon je de droom vertellen. Ja zei jij,

ja dat doet een droom, je voelt iets in je hand

dat er niet is, dat is bekend.

Toen ging de telefoon. Zo heerlijk, dacht ik

dat jij thuis bent, ik slaap nog even door.

Jij neemt wel op. Ik hoorde je spreken.

Hij rinkelde en rinkelde totdat ik wakker werd

en rende. Verdriet om sterven is bekend

verdriet van scheiden niet geacht. En

doden weten niet hoe ze ontbreken.




Judith Herzberg, 4 november 1934

Uit: De gedichten apotheek, samengesteld door Philip Huff