13


Maar de resterende tijd schiet tekort

om zich het een en ander nog af te vragen.

Geen idee hoe ze zich moesten gedragen.

‘Geen tijd te verliezen, we moeten voort.

Heb je het laatste nieuws niet gehoord?

Oh, hier is nog wat, kun je dat dragen?’

Dan gaan ze, vol spanning, met lege magen,

wetende dat hun leven straks anders wordt.


Hun woning bleef achter leeg en verlaten.

Wat daarvan terecht komt, dat weten ze niet.

Of het behouden blijft, of dat het verdwijnt?

Zorgen of niet, het zal niet meer baten.

Ze houden zich groot, geen tijd voor verdriet,

zelfs wetende dat het verlatene kwijnt.



14


Zelfs wetende dat het verlatene kwijnt,

kunnen we er niet omheen dat het mooi is.

We kennen de beelden uit de geschiedenis

waaruit telkens blijkt, dat niets echt verdwijnt

in de zin van geheel uitgewist. Het schijnt

dat er altijd een spoortje te vinden is

van iets, dat van zo’n groot belang is,

dat er een nieuwsbericht over verschijnt.


Nu ik zo’n beetje al mijn gedachten

over verlaten en vergaan heb verwoord

hoop ik, dat zij die dit lezen, de passie

begrijpen. Wat zij konden verwachten

werd immers in de beginzin verwoord:

Verval, vastgelegd in een kunstvorm die …



Joke van der Ark

Nr. 1393a – 28 maart 2026