Pagina 16

 

 

 

Een ijsje

 

Mama heeft boodschappen gedaan

en wil net naar huis toe gaan.

 

‘Hé, hoe gaat het nou met jou?’

Vraagt een aardige mevrouw.

‘Zullen we even koffie drinken?

En …, is dit jouw kleine meisje?’

 

‘Ja, dit is Femke en dat is Jop.’

‘Zij lusten vast een lekker ijsje.’