Van wat ik lees


blijft mij niet alles bij.

Soms moet ik even

op gang geholpen worden.

Dan nog zijn het slecht

fragmenten, een paar

zinnen die mij raken.


Zoals in mijn boek

van het moment, dat gaat

over grote ego’s, mannen

die het hebben gemaakt,

waarin slechts terloops een

bijfiguur wordt beschreven.


Een overlevende van

een moordpartij waarbij

zijn vrouw en kinderen

zijn gedood, de koeien

gestolen en het huis

platgebrand.


Toen aan deze afrikaan,

na jaren van trouwe dienst

aan zijn ‘bwana’ die hem

had gevonden, werd gevraagd

waar hij vandaan kwam,

reageerde hij met


een jammerklacht die

zijn mond tot een pijnlijke

wond opensperde.

‘Haaai, nergens vandaan.

In de grote leegte van mijn hart

is de ‘bwana’ nu mijn vader.’


Zulke zinnen blijven mij van

alles wat ik lees het meeste bij.



Joke van der Ark

Nr. 1363 – 17 januari 2026