Gepubliceerd in Libelle nr. 28/29 – 2017 in de rubriek ‘Netwerk’(Nachtfeestje)
in een zeer ingekorte versie >>>>
Een nachtfeestje
De plek die ze in het ziekenhuis voor mij bedacht hadden, was op het tijdstip dat ik mij meldde nog niet vrij. Dus werden mijn man en ik in een achteraf kamertje geparkeerd waar de voorbereiding werden getroffen. Daarna zaten we samen eenzaam te wachten. Nadat de operatie achter de rug was kwam ik bij drie andere patiënten op de kamer te liggen. Ik zei goedendag en dat zullen ze zeker ook tegen mij gezegd hebben. Verder waren ze niet erg spraakzaam. De eerste nacht sliep ik slecht. De volgende dag mochten mijn kamergenoten naar huis en had ik de kamer voor mij alleen.
De ochtend daarna werden de volgende patiënten in gezelschap van hun partner de kamer binnengebracht. Er werd kennis gemaakt en over en weer gesproken over wat te gebeuren stond. Bij terugkeer werd er steeds belangstellend geïnformeerd hoe het ermee ging. Al snel hadden ze weer praatjes voor tien. Bezoek kwam en ging; daarna keken we wat naar de tv. Hoewel mijn buurvrouw naar hetzelfde programma keek als ik, vroeg ik haar toch of ze er bezwaar tegen had, als ik het tussengordijn dichtdeed. Toen ik moe was en wilde gaan slapen liet ik het dicht.
Midden in de nacht werd ik wakker en klom ik voorzichtig uit bed om naar de wc te gaan. ‘Zal ik een lichtje aandoen?’ klonk het van de andere kant.
‘Nee, stt, dan worden de anderen wakker.’ Floep, het licht ging aan en wie schets mijn verbazing toen ik eenmaal achter het gordijn vandaan mijn medepatiënten, genietend van een kopje thee, rechtop in bed zag zitten. ‘Oh,’ zei ik, ‘dat wil ik ook.’
‘Druk maar op de bel’ zei mijn overbuurman.
‘Ja, ik ben daar gek, ik ga toch zeker midden in de nacht de zuster niet bellen voor een kopje thee.’
‘Doe nou maar.’
De zuster kwam terwijl ik mijn weg naar de wc voortzette. ‘Ik ben jaloers,’ zei ik ‘Dat wil ik ook.’
‘Goed hoor,’ zei ze en verdween. Toen ik mij even later weer in mijn bed geïnstalleerd had, kwam ze een kopje thee met twee theebeschuitjes brengen en voor wie wilde een tweede kopje. We genoten, praatten en lachten met elkaar alsof het een feestje betrof.
Joke van der Ark, 2017