Waarom deze ode
Tijdens het lezen van het boek ‘Wat we kunnen weten’ van Ian McEwan waarin het onder meer gaat over een gedicht, (een sonnettenkrans) dat volgens de overlevering in 2014 slechts één keer ten gehore is gebracht en onwaarschijnlijk mooi is voelde ik de drang om ook zo’n sonnettenkrans te schrijven, waarvan ik overigens nog nooit had gehoord.
Al direct wist ik waar mijn krans over zou moeten gaan. Een ode moest het worden, een ode aan de dichters die mij in de loop van de tijd met een of meer gedichten hebben geraakt.
Enthousiast vertelde ik dat aan mijn beste vriendin Ted van Hooijdonk, door wie ik het boek was gaan lezen.
‘Ik heb de tijd’, voegde ik eraan toe, wetende dat de dichter in het boek er lang over had gedaan. Begin december 2025 begon ik met schrijven. De drang dreef mij voort en tot mijn verbazing, was de krans nog voor de jaarwisseling klaar.
Vanwege het strakke rijmschema was het een heel gepuzzel waar ik vanaf het begin tot het einde van genoten heb.
De titel van het boek is dubbelzinnig: wat men kan weten over het leven van de dichter en zijn vrouw en wat de mensheid in onze tijd had kunnen weten waar het door haar slordig omspringen met de wereld naartoe zou gaan.
McEwan heeft zich voor dit boek gericht op de sonnettenkrans ‘Marston Meadows’ van John Fuller 'A corona for Prue', een ode aan de langdurige liefde en de natuur.
De gedichten waarover ik schreef vindt u vanaf pagina 20 >>>>