7
Wij zijn het die voor hen een kaars opsteken.
Dat doen we ook voor een ziek iemand
omdat we denken dat het helpt. Niemand
die dit verklaren kan. Het is gebleken
dat het goed is vertrouwen te kweken,
hoop te koesteren op deze manier, want
je kunt het niet weten. Al zegt het verstand
dat iets niet kan, je kunt je hart laten spreken.
Het is niet het hart, maar de ziel waarin ‘Hope …’
neerstrijkt als een klein ding met veren.
Een gedicht door Emily Dickinson gemaakt,
waarin het vogeltje, voor geld niet te koop,
warmte biedt en helpt stormwind te weren.
Het is de hoop die het leven draagbaar maakt.
8
Het is de hoop die het leven draagbaar maakt.
‘In de eerste nacht …’ ‘… Het waait, zei jij, …’
Ze lag wakker en glimlachte daarbij,
terwijl haar ziekzijn haar hard had geraakt.
De loeiende wind had ook hem wakker gemaakt.
Hij luisterde en dacht, straks is het voorbij;
de storm trekt zich niets aan van ons allebei.
Het is niet de natuur die over ons waakt.
Een hard besef, dat begreep ik meteen
bij het lezen van Wim Brands’ gedicht, waarin
de natuur onverschilligheid wordt verweten.
Zal ze genezen? Juist dat is hetgeen
waar hoop steeds om draait, maar geloof je erin?
Veronderstellen is helaas geen weten.