11
Inzichten kwamen waar ik van opkeek.
Daar was ik blij mee, want ik had ze allicht
nodig bij het lezen van het moeilijke gedicht.
‘Twee uur:…’ Dat deed ik met ijver. Geen week
ging voorbij waarin ik niet iets bekeek
met heel mijn aandacht ten volle gericht
op begrijpen, al voelde het niet als een plicht.
Lukte het niet, dan raakte ik echt niet van streek.
‘… en zij, als sterren aan het firmament, … wier
strofen zelve sterrestelsels zijn, stralend
in hun gestrenge samenhang;’ Naar geweten
eerde Ida Gerhardt op deze manier
haar bezielers, want zij waren bepalend.
Het is zinvol van de klassieken te weten..
12
Het is zinvol van de klassieken te weten.
Maar niet minder opvallend is het werk
van een dichter die buitengewoon sterk
en gedreven was. Het mag bijzonder heten
dat ze vele, trouwe lezers had en te weten
dat zij zich kon verheugen in een netwerk
van vrienden, een grote steun in een tijdperk
waarin ze zichzelf het liefst wilde vergeten.
…‘o sla de rots, opdat ik ween.’ Aan de grens
is ze, de ‘ik'. Sla mij opdat ik huilen zal.
‘Steen’ van Vasalis. Veel maakt de ik mee.
Verdriet om verlies ondergaat ieder mens.
Het hoort erbij, het is onderdeel van het al.
Zo ook van zon en maan, van land en zee.