Twee uur: De klokken antwoordden elkaar


(…)

En ik bleef achter. Laak mijn tranen niet:

wie oud geworden is in dèze eeuw

draagt in zijn denken vele eeuwen mee.

Gelaagd is hij, gelijk een bergwand is,

en heeft, eenzaam, van die gelaagdheid weet.

Ik dacht aan de verrukkingen van mijn jeugd,

aan dichters die mij brood en beker zijn:

zanger der zangers die Homerus heet,

en zij, als sterren aan het firmament,

Sappho, Alcaeus, Alcman, Pindarus,

wier strofen zelve sterrestelsels zijn,

stralend in hun gestrenge samenhang;

werelden wederrechtelijk ontzegd

aan hen wie dagelijks geboden was

een bladzij op te slaan waarvan de zin

door wiè gebood verduisterd was voorgoed.

(…)




Ida Gerhardt, 11 mei 1905 – 15 augustus 1997




Steen


Verdriet kit al mijn krachten samen,

zodat ik roerloos word als steen.

Mijn hele wezen wordt materie,

een ondoordringbaar star mysterie,

o sla de rots, opdat ik ween.




M. Vasalis, 13 februari 1909 – 16 oktober 1998

Uit: Vergezichten en gezichten 1954