Een bosje stro
Ieder jaar rond Moederdag moet ik er weer aan denken. In de jaren zestig en zeventig was het de gewoonte om met gedroogd gipskruid van een bosje roosjes een boeketje te maken. Ik ben altijd gek op rozen geweest, dus bij ons stonden ze veelvuldig met gipskruid ertussen op tafel. Omdat het zo schattig was, zal ik wel keer op keer gezegd hebben hoe leuk of ik dat vond.
Moederdag werd in die tijd bij ons uitgebreid gevierd met ontbijt op bed en de presentjes die mijn meisjes op school in elkaar geknutseld hadden. Ook was er meestel wel een of ander klein cadeautje dat ze samen met hun vader hadden gekocht.
Dat jaar zullen ze net oud genoeg geweest zijn om dat zelfstandig te doen. Ze kwamen met glunderende gezichtjes met een in bruin papier gewikkeld langwerpig pakje aan. Het voelde zacht en ik maakte het nieuwsgierig open. Ik wist echt niet wat ik zag. Voor mij lag het meest onooglijke bosje dat ik ooit gezien had. Ze keken mij vol verwachting aan. Ik slikte een paar keer en riep. Wat een verrassing! Terwijl ik eigenlijk nog niet eens goed gezien had wat het precies was. De teleurstelling en verbazing moet op mijn gezicht te lezen zijn geweest.
Ach, wat hadden mijn dochters hun best gedaan. Ze hadden goed onthouden dat mama altijd maar weer zei dat ze het zo leuk vond, dat gipskruid tussen de roosjes. Tussen de roosje ja, maar dit was net een bosje stro.
Joke van der Ark, 2020