Bemoeizucht

Menigeen zal zich herinneren als kind door vreemde mensen terecht te zijn gewezen. Dat terechtwijzen overkomt ons, mijn man en mij, op hoge leeftijd, nog regelmatig. Ondanks dat ik in de rolstoel zit, want een lange afstand lopen lukt mij niet meer, gaan wij eropuit. Op een smalle weg waar geen stoepen zijn, kiezen we voor de rechterkant. Doen we dat niet, dan rijdt een tegemoetkomende auto in hoog tempo zover als mogelijk door. Dat voelt heel bedreigend, dus gaan we met het verkeer mee, wat menigeen de opmerking ontlokt dat we aan de andere kant van de weg moeten lopen. Zijn er wel stoepen, dan zijn deze vaak schuin met hobbels en kuilen zodat mijn man het fietspad verkiest en als dat er niet is de rijweg. Ook hier wordt menigmaal wat van gezegd. Ik vind dat heel vervelend, maar begrijp ook waarom mijn man dat doet.
Sinds kort betrap ik mezelf erop dat ik me bemoei met mensen, die volgens mij iets verkeerds doen. Tijdens mijn dagelijkse rondje: aan de ene kant de flat uit, dan over het pad waar ik vanuit mijn kamer op kijk en aan de andere kant de flat weer in, liep er een vrouw voor mij die wel heel veel dingen in de hondenpoepbak wierp. Ik kon het niet laten te zeggen dat die bak voor hondenpoep en niet voor andere dingen was bedoeld.
‘Ook voor mijn kat,’ beet ze mij toe.
‘Oké, sorry,’ zei ik en onze wegen scheidden zich. Even later hoorde ik iemand tegen mij praten. Het bleek die mevrouw te zijn, die mij achterop gekomen was en het een en ander wilde uitleggen.
‘Dat hoeft niet hoor,’ zei ik, ‘ik moet me er gewoon niet mee bemoeien.’
Toch vertelde ze dat ze de drolletjes van haar kat zo snel als mogelijk wegbracht, want zei ze: ‘Het stinkt anders zo in huis’. Voor haar borst droeg ze een tas. Twee donkere ogen keken mij vanuit een schattig wit kopje aan. Ik was een beetje verbouwereerd. Later dacht ik, waarom heb ik haar niet gevraagd of ze de kat altijd op zo’n manier bij zich draagt. Al pratend liepen we verder.
‘Woont u hier ook?’ vroeg zij.
‘Ik woon hier al bijna dertig jaar,’ zei ik en vertelde haar dat ik in die tijd veel gedichten over het recreatiegebied waar we zojuist liepen, geschreven had. ‘Op welk nummer woont u? Dan zal het bundeltje bij u in de brievenbus doen.’
Kijk, ik weet dat ik het eigenlijk niet moet doen, mij bemoeien met andermans zaken, maar deze bemoeizucht monde dan toch maar mooi uit in een leuke ontmoeting.
.


Joke van der Ark