Pluis werd in het najaar van 1974 gevonden op een werkterrein aan de Binckhorst te Den Haag. Samen met een broertje of zusje lag hij in een doos, waarin een flinke plas water stond. De moeder van de diertjes kwam niet meer opdagen. De twee katjes piepten en piepten, totdat ze gevonden werden.
Ze werden mee naar binnen genomen en bij de verwarming gezet. Ballpoints werden uit elkaar gehaald om ze een druppel melk te kunnen geven. Mijn schoonzusje Anneke van der Ark heeft er een mee naar huis genomen, om het katje de eerste nacht door te helpen. Zij had een volledige baan, daarom vroeg ze haar zusje Riet voor het diertje te zorgen. Deze heeft hem liefdevol in huis genomen. Hij was nog zo klein, dat hij op een hand paste. Met een poppenflesje heeft zij hem groot gebracht.
Het andere diertje heeft het niet gered. Pluis werd een gezonde kater.
Mijn Kattenleven werd in december 1990 geschreven. Verspreid over het jaar 1991 is het in een totale oplage van 445 stuks gekopieerd en gebundeld.
Toen begin 1993 het laatste exemplaar verkocht was, vond ik dat het tijd werd om het net als mijn gedichten in druk te laten verschijnen.
Drukkerij Sanders 1993:500 exemplaren.
Xebius Media Groep 2025:1000 exemplaren.